Waarom stabiliteit vóór mobiliteit en kracht komt

Meer beweeglijkheid en meer kracht klinken allebei als vooruitgang. Toch is dat niet altijd waar. Als de stabiliteit van een gewricht of regio nog niet op orde is, kan extra mobiliteit of kracht het patroon juist verergeren. De volgorde waarin je aan je lichaam werkt, bepaalt of een oefening helpt of averechts werkt.

Wat stabiliteit precies betekent

Stabiliteit is niet hetzelfde als stijfheid. Het gaat om controle: kan een gewricht een beweging maken zonder dat het uitwijkt, trilt of op een ongecontroleerde manier in een eindstand belandt? Een schouder kan bijvoorbeeld ver naar achteren bewegen, maar als de omliggende spieren die beweging niet kunnen sturen, is er weinig controle over die uitslag.

Diezelfde schouder kan tegelijk pijn doen bij relatief kleine bewegingen, juist omdat het lichaam moeite heeft om de boel op zijn plek te houden. Meer beweeglijkheid lost dat niet op. Het vergroot het gebied waarin de controle ontbreekt.

Waarom mobiliteit zonder stabiliteit averechts werkt

Stel: een schouder voelt instabiel aan, met een gevoel van “los” of “uit de kom schieten” bij bepaalde bewegingen. Het lijkt dan logisch om die schouder te rekken, zodat hij soepeler wordt. In de praktijk gebeurt het tegenovergestelde.

Rekken vergroot de bewegingsuitslag van een gewricht dat al moeite heeft om controle te houden binnen de uitslag die er al is. Het resultaat is een schouder die nóg meer ruimte heeft, met nóg minder grip daarop. De klacht verandert niet, of wordt erger.

Hetzelfde geldt voor een onderrug die overbeweeglijk aanvoelt, of een enkel die na een eerdere verzwikking instabiel blijft. Extra rek- of mobiliteitsoefeningen voegen dan ruimte toe aan een systeem dat al moeite heeft die ruimte te beheersen.

Waarom kracht op een onstabiele basis ook niet werkt

Kracht trainen op een onstabiele basis verschuift het probleem, in plaats van het op te lossen. Het lichaam zoekt dan een andere manier om de belasting op te vangen, vaak via een ander gebied. Dat is een vorm van compensatie: het lichaam vindt een omweg, maar de oorspronkelijke instabiliteit blijft bestaan.

Een knie die onvoldoende stabiliteit heeft, maar wel zwaarder belast wordt met krachtoefeningen, kan de extra belasting opvangen via de heup of enkel. Op korte termijn lukt de oefening. Op de langere termijn verschuift de klacht naar een ander gebied, of komt hij terug op de knie zelf.

De juiste volgorde: stabiliteit, dan mobiliteit, dan kracht

Bij reMoove vormt deze volgorde de basis van de opbouw na een klacht: eerst stabiliteit (controle over een gewricht of regio in de bewegingsuitslag die er al is), dan mobiliteit (de bewegingsuitslag geleidelijk vergroten, met behoud van controle), en pas daarna kracht (belasting verhogen op een basis die het aankan).

Dat betekent niet dat mobiliteit of kracht onbelangrijk zijn. Het betekent dat de volgorde bepaalt of een oefening bijdraagt aan herstel, of juist een nieuw patroon in gang zet. Dit is ook een van de redenen waarom oefeningen soms niet het verwachte effect hebben: de oefening op zich is niet fout, maar het moment waarop hij wordt ingezet wel.

Hoe je dit zelf herkent

Een paar signalen dat stabiliteit nog niet op orde is:

  • Een gewricht voelt “los” of onvoorspelbaar aan bij bepaalde bewegingen
  • Je merkt trillen of een wankel gevoel tijdens een oefening
  • Een eerdere blessure aan een gewricht is “genezen”, maar het gewricht voelt nooit meer helemaal hetzelfde
  • Rekken of stretchen geeft tijdelijk verlichting, maar de klacht of het instabiele gevoel keert terug

Deze signalen zeggen iets over de volgorde die nodig is, niet over hoeveel je traint of hoe gemotiveerd je bent.

Waarom dit bij reMoove het uitgangspunt is

Bij reMoove begint de opbouw na een klacht altijd met de vraag waar in deze volgorde iemand zich bevindt. Niet elke klacht vraagt om hetzelfde startpunt, en niet elk lichaam is na dezelfde periode toe aan de volgende stap. Een bewegingsonderzoek brengt in kaart welk gebied nog onvoldoende controle heeft, en welke stap daarom als eerste aan de beurt is.

Herken je jouw klacht in dit artikel? De keuzehulp helpt je snel bepalen welke afspraak past bij jouw situatie. Zo plan je eenvoudig de juiste stap richting herstel.

Start de keuzehulp

Bij twijfel, hevige klachten, plotselinge uitval, krachtverlies, gevoelsstoornissen, koorts, pijn na een val of trauma, of klachten die snel verergeren: neem contact op met je huisarts of specialist.

Veelgestelde vragen

Mobiliteit is hoever een gewricht kan bewegen. Stabiliteit is hoeveel controle je hebt over die beweging, in elk punt van die uitslag. Je kunt veel bewegingsuitslag hebben en toch weinig controle, en andersom.
Dat blijkt uit hoe een gewricht of regio reageert op belasting; blijft het rustig en gecontroleerd, of ontstaat er trillen, uitwijken of een drukkend gevoel? Een bewegingsonderzoek brengt dat in kaart.
Niet per se. Het gaat om de volgorde en de context. Rekken van een gewricht dat al te los of onstabiel aanvoelt, kan averechts werken. Rekken van een gebied met voldoende controle is vaak juist nuttig.

Gerelateerde artikelen